On the Path to Freedom
Lockdown 2020,  Prostitutie

Verbinding in coronatijd

De bronafbeelding bekijken

Ze bel­de me. Sinds een paar weken werk­te ik net als ieder­een via tele­werk van­uit mijn home-offi­ce.
In de prak­tijk van mijn werk als hulp­ver­le­ner van men­sen die gro­ten­deels niet mijn taal spre­ken, niet altijd de beschik­king tot een sta­bie­le inter­net­ver­bin­ding heb­ben en voor­al nood aan een per­soon die even luis­tert, beschik­baar is al is het met een arm om de schou­der en een zak­doek voor de tra­nen, is tele­wer­ken meer dan een uit­da­ging.

Dat merk­te zij ook. ‘Wan­neer ga je weer open daar?’ Ze bedoel­de wan­neer het inloop­huis of de kof­fie­bar weer open zou­den gaan. Het was altijd haar eer­ste vraag. ‘Ik moet echt met je pra­ten.’ Mijn repliek dat ze me die week al drie keer gebeld had en we die drie keer echt gepraat had­den, werd weer­legd. ‘Dat is niet pra­ten. Pra­ten is het geheel.’ Het geheel van com­mu­ni­ce­ren met je gezicht, woor­den, ogen en in de con­text van vei­lig­heid, rust en zelfs gezel­lig­heid.

Nu bel­de ze dan maar. Wat me raak­te, waren haar woor­den: ’ Ik mis jou!’. Ze maak­te de ver­bin­ding. Van­uit het ver­war­de, voor mij zorg­wek­ken­de ver­haal, zei ze woor­den waar ik iets mee kon doen. ’ Ik mis jou ook!’, ’ Wat kan ik voor jou doen?’. Ze lach­te. ‘Niets, alleen luis­te­ren’.
Ik lach­te ook. Om dit klei­ne moment­je.

De vol­gen­de och­tend kreeg ik een bericht­je van een col­le­ga. Die nacht was deze vrouw opge­no­men in het zie­ken­huis. Het begin van een peri­o­de op een psy­chi­a­tri­sche afde­ling. Omdat het niet meer ging. Het hak­te er in bij mij. Dat ze ver­ward en alleen was geweest, zo erg dat ze opge­no­men moest wor­den. Ik liet thuis in mijn home-offi­ce een traan gaan.

Hoe­wel ik weet dat heel veel van de oor­za­ken van deze ziek­te­pe­ri­o­de lig­gen in zor­gen die zowel nu als in het ver­le­den haar leven bepaal­den, kan ik me niet van de indruk ont­doen dat de manier waar­op ik er voor had kun­nen zijn niet vol­doen­de was geweest. Zij en met haar zoveel ande­re men­sen in kwets­ba­re posi­ties ver­lo­ren in de lock­down meer dan ande­ren de steun­pi­la­ren die zij nog had­den. Aan­klam­pen­de, out­re­a­chen­de hulp­ver­le­ners, inloop­hui­zen, plaat­sen waar warm­te gecre­ëerd wordt, een thuis.
Hulp­ver­le­ning kan , zij het niet ide­aal is, via een beeld­scherm. Als de hulp­vraag gede­fi­ni­eerd is en er een aan­bod via pra­ten moge­lijk is.
Maar het wordt zoveel moei­lij­ker als je als hulp­ver­le­ner die per­soon bent voor je cli­ën­te met wie je heel lang aan ver­trou­wen gewerkt hebt. En in klei­ne stap­jes en fases ver­trou­wen gekre­gen hebt omdat je er was, omdat je mee­ging, omdat je pre­sent was. Alle com­mu­ni­ca­tie­mo­ge­lijk­he­den via wifi en scher­men ten spijt, als je die per­soon bent, dan is een sta­bie­le wifi-ver­bin­ding niet genoeg.

En ik, als hulp­ver­le­ner? Ook ik moest kie­zen. Ook mijn per­soon­lij­ke con­tac­ten wer­den inge­perkt. Ook wij bij Cherut moesten nog leren om om te gaan met een virus dat zelfs door experts op dat vlak nog niet gekend was.

Maan­den na de lock­down zaten we samen bij de soci­a­le dienst van de pleeg­zorg. Tij­dens haar opna­me was pleeg­zorg inge­scha­keld voor haar kin­de­ren.
We praat­ten samen na over de tijd die nu ach­ter haar ligt.
Hoe­wel er veel aan de basis van haar opna­me lag, raak­te me haar opmer­king: ‘Ik heb Cherut gemist’. Hoe­wel ze me elke dag kon bel­len, en dat deed ze soms ook, had ze ons echt gemist. En mis­schien heeft het de laat­ste rem ter voor­ko­ming van een opna­me weg­ge­no­men.

Ik ben blij dat de hulp van­uit de psy­chi­a­trie en pleeg­zorg er was op het moment dat het nodig was.
Maar tege­lijk weet ik wat een impact dit weer op haar en haar gezin heeft en wij er de komen­de jaren voor haar moe­ten staan. Met lief­de weer. En hope­lijk niet via de tele­foon.

In deze twee­de lock­down doen we het anders.
Kou en regen hou­den ons niet tegen en we maken een wan­de­ling. Met afstand. Genoeg groen in onze wijk om samen de herfst te ont­dek­ken, te lachen als een van ons bij­na uit­glijdt over de nat­te bla­de­ren en onder­tus­sen diep­gaan­de gesprek­ken te voe­ren.

Meer dan eens vraagt ze: ‘Hoe gaat het met jou nu?’. Hoe­wel ik er wei­nig over ver­tel­de, heeft ze gewe­ten dat ook ik het moei­lijk had dit jaar. Dat ik af en toe gek werd en zelfs een paar weken ziek­te­ver­lof nodig had omdat het werk op afstand me te veel gewor­den was. Eer­lijk ant­woord ik dan ‘Het gaat, maar ik tel de dagen af dat coro­na voor­bij is’. En hoe­wel haar situ­a­tie zoveel zwaar­der is en is geweest dan die van mij, zie ik hoe ze me bemoe­di­gend toe­lacht. ‘Dat gaat weer voor­bij’ , zegt ze dan. Ze weet niet hoe goed me dat doet. Want ja, ook ik mis Cherut. Hoe­wel ik er nu drie keer per week kom. ik mis het ech­te hart van Cherut, waar men­sen samen komen, om te eten, te lachen, te bid­den, ver­jaar­da­gen te vie­ren en om samen fami­lie te zijn. Ik kijk er alvast naar uit dat dat weer komt. Omdat alleen op die manier we de mis­sie van Cherut echt kun­nen waar­ma­ken, pre­sent zijn voor men­sen die meer­vou­dig gekwetst zijn door het leven, vaak een leven in uit­bui­ting, expo­su­re, en bij­ko­men­de een­zaam­heid, wan­trou­wen, pijn. De mis­sie om ver­bin­ding te maken met deze men­sen, hen te ont­moe­ten op hun plek en een plaats­je geven aan de tafel waar ze mogen zijn hoe ze zijn. De mis­sie zoals Jezus het zou doen. Eten met hen zon­der oor­deel en met lief­de.
Coro­na, ik hoop dat je snel ver­trekt en ons ons werk laat doen, zoals we dat wil­len doen. En niet alleen aan de tafel in het inloop­huis, ach­ter de bar in de kof­fie­bar, maar ook in de stra­ten van het Schip­pers­kwar­tier en ande­re dis­tricts, of aan een bureau bij een advo­caat, het OCMW of de dienst vreem­de­lin­gen­za­ken.

En Coro­na, ondanks al je pro­be­ren, wij heb­ben door­ge­werkt. Wij maken nog steeds ver­bin­ding. Zij het met afstand, wifi, mond­mas­kers, enz. Ver­bin­ding maak je name­lijk met je hart. En je hart vindt altijd een manier om dat te tonen.

Margreet

Een van mijn passies is via schrijven verhalen te vertellen. Als hulpverlener ben ik betrokken bij Cherut Belgium vzw, een organisatie die zich inzet voor meisjes en vrouwen die slachtoffer zijn van mensenhandel, prostitutie en huiselijk geweld in Antwerpen. Brussel en Gent. Omdat dit een groot deel van mijn dagelijks leven is, haal ik o.a. hier vaak mijn inspiratie voor verhalen. Maar ook toevallige of minder toevallige ontmoetingen met mensen of bijzondere situaties geven inspiratie voor het vertellen van een verhaal.

2 Comments

  • Avatar

    Alja

    Ik ben geraakt door deze blog.
    Ik woon te ver weg om als vrij­wil­lig­ster te komen hel­pen.
    Door­dat ik las over het werk van Cherut in het ND in Nld, kwam ik op deze site.
    Ga met God. Van­uit de ver­te zal ik bid­den voor jul­lie werk, daar­door kom ik iets meer in jul­lie nabij­heid en komt Vader heel dicht­bij!!!
    Ik wens jul­lie, hulp­ver­le­ners en clien­ten, Zijn onmis­ba­re Lief­de en Zegen toe!!!