On the Path to Freedom
Lockdown 2020

Lockdown

1 juni

Ik zal het maar eer­lijk toe­ge­ven: het gaat me niet altijd goed af. Als ik al ooit bedacht had dat het voor mij wel eens goed zou zijn om een stil­te-peri­o­de in te las­sen, en b.v. een week in een kloos­ter te gaan gewoon voor de stil­te, dan ben ik daar nu van gene­zen.

Niet voor de stil­te. Ik geniet van de stil­te. En nu we sinds enke­le weken wat ver­soe­pe­lin­gen mee­ma­ken en ik het ver­keer op de ver­schil­len­de snel­we­gen waar ik tus­sen woon, weer hoor razen, krijg ik bij­na heim­wee naar de eer­ste weken van de lock­down waar­in de stil­te en de rust een ver­a­de­ming ble­ken te zijn voor mens en natuur.

Maar er is een ver­schil tus­sen stil en stil. Stil heeft ver­schil­len­de kan­ten. Stil­te is een ver­a­de­ming, een nood­zaak, een heling, … Stil­te is con­fron­te­rend, pijn­lijk, ade­mont­ne­mend.

En ik… ik vind mezelf terug in de stil­te. Bot­send met de ver­schil­len­de kan­ten van stil­te. Oor­ver­do­ven­de stil­te soms, want hoe stil­ler het om je heen is, hoe har­der het lawaai dat van bin­nen uit komt. De stem­men die je moet laten horen, de boos­heid, ver­driet, pijn of angst. En tege­lijk genie­ten van de stil­te. De ant­woor­den die je kunt geven op alle ver­wach­tin­gen die geuit wor­den. Nee, sor­ry, nu kan het niet. Lock­down …weet je? Een virus, gevaar, etc… zijn ant­woor­den die nu geac­cep­teerd wor­den om even niet in te gaan op gestel­de ver­wach­tin­gen waar ik al eer­der naar manie­ren zocht er niet op in te moe­ten gaan. ‘We zien later wel… als de toe­stand weer nor­maal is.,

Het leert me dat ik ande­re ant­woor­den moet heb­ben. Ant­woor­den die mij in tij­den van hec­tiek, cha­os en te veel ver­wach­tin­gen hel­pen om mij­zelf te bescher­men, gezond te blij­ven in de balans tus­sen lawaai en stil­te, selec­tief te mogen zijn in wie wel en wie niet over wel­ke grens mag.

Het leert me dat ik er niet altijd hoef te zijn. Dat, hoe zin­vol mijn werk ook is, ik niet in de essen­ti­ë­le sec­tor werk ter­wijl de kas­sier­ster van de Lidl dat wel doet. En het leert me te ont­dek­ken dat dat blijk­baar ook gewoon goed is. Dat het niet van belang is of ik essen­ti­eel ben, maar van belang is dat ik zie wie of wat wel essen­ti­eel is.

Ook dat is stil­te. Rust. Rust dat de wereld zelfs in lock­down per­fect kan func­ti­o­ne­ren zon­der dat ik een essen­ti­ë­le rol speel.

Samen met mijn doch­ter en de over­bu­ren heb ik weken­lang elke avond om 20u geap­plau­dis­seerd voor de men­sen in de zorg­sec­tor. Met over­tui­ging die ik nog steeds heb, omdat zij niet de luxe had­den om zich terug te trek­ken in hun hui­zen en weken­lang te wach­ten tot de cri­sis weer voor­bij was, maar effec­tief aan het front in deze oor­log tegen een onbe­ken­de vij­and terecht kwa­men. Er van over­tuigd dat wat bij mij al te hard bin­nen­kwam via Pano en coro­na 2020 programma’s op de tele­vi­sie, waar de ernst van het ziek zijn a.g.v. dit virus recht op je net­vlies kwam, voor dok­ters en ver­pleeg­kun­di­gen een nacht­mer­rie moest zijn. Het applau­dis­se­ren ver­vul­de ech­ter steeds meer een ande­re behoef­te. Dat moment waar­op je even weer iemand kon zien. De vro­lij­ke lach van de over­bu­ren, even zwaai­en naar elkaar en weken­lang bui­ten je eigen gezin en de kas­sier­ster van de Lidl nie­mand anders zien dan die paar buren van­ach­ter hun geo­pen­de ramen. Tot die avond dat iemand niet kon. En dat dit vaker begon te gebeu­ren. En de ver­soe­pe­lin­gen begon­nen te zor­gen dat het min­der nodig was om voor elkaar te klap­pen. Mis­schien omdat het leven wat min­der stil was gewor­den en het klap­pen niet meer het eni­ge ver­bre­ken van de stil­te.

Ik geef toe. Het was nodig. Het was nodig om als samen­le­ving in lock­down te gaan om samen het onbe­ken­de virus dat in een paar weken tijd de hele wereld op de knie­ën kreeg weer­stand te bie­den. En in die eer­ste weken was de stil­te een wel­daad. Al was het doel om het virus in te dij­ken en voor­al de druk op de zorg te sprei­den, de neven­ef­fec­ten waren goed en wer­den gezien.

Mens en natuur kwa­men tot rust van een onrust die de mens met al zijn doe­len steeds zelf tot stand brengt. En even leek het of het een zegen was.

Tot de stil­te onrus­tig werd. Het applaus niet meer gehoord. De zie­ken en doden num­mers en we alle­maal een voor een onze plaats weer opeis­ten. De plaats om gezien te wor­den, essen­ti­eel te zijn, aan­dacht te krij­gen of geld te ver­die­nen.

Margreet

Een van mijn passies is via schrijven verhalen te vertellen. Als hulpverlener ben ik betrokken bij Cherut Belgium vzw, een organisatie die zich inzet voor meisjes en vrouwen die slachtoffer zijn van mensenhandel, prostitutie en huiselijk geweld in Antwerpen. Brussel en Gent. Omdat dit een groot deel van mijn dagelijks leven is, haal ik o.a. hier vaak mijn inspiratie voor verhalen. Maar ook toevallige of minder toevallige ontmoetingen met mensen of bijzondere situaties geven inspiratie voor het vertellen van een verhaal.