On the Path to Freedom
Zonder categorie

Connectie

Daar zit ik dan. In de wacht­zaal van “Kind en Gezin” met een zwan­ge­re cli­ën­te. Zina zit naast me. De stuur­se Roe­meen­se vrouw die behal­ve Roe­meens alleen een paar woor­den Frans spreekt, maar met haar lichaams­taal goed kan com­mu­ni­ce­ren . Het is dui­de­lijk dat ze wel hulp nodig heeft, maar geen con­nec­tie wil. Ik res­pec­teer het. Wat kan ik anders doen? Mezelf opdrin­gen aan een vrouw omdat ik vind dat ze hulp nodig heeft, is tegen alle prin­ci­pes van hulp­ver­le­ning in. De keu­ze om je toe te laten, ligt bij haar.

Tot ze bin­nen geroe­pen wordt bij de ver­pleeg­ster. Onze­ker volgt ze naar de con­sul­ta­tie­ruim­te om dan te vra­gen of ik niet mee naar bin­nen kom. Tegen de ver­pleeg­ster zegt ze:” Ver­tel alles maar aan haar, want zij weet alles over mij.” Ver­baasd over wat ze zei, ze ver­tel­de nooit iets over zich­zelf, dus ik wist eigen­lijk niets van haar, luis­ter ik naar de ver­pleeg­ster en pro­beer met mijn pove­re Frans dat weer aan haar uit te leg­gen. Een beet­je raar, want de ver­pleeg­ster zelf spreekt vloei­end Frans. Blijk­baar is de afstand tus­sen haar en mij klei­ner dan tus­sen haar en de ver­pleeg­ster en heeft ze in deze onbe­ken­de situ­a­tie opeens steun nodig van een ‘nabije’vertrouwde per­soon.

Even later zit­ten we weer in de wacht­zaal. Ter­wijl we wach­ten op een vol­gen­de con­sul­ta­tie bij de dok­ter, bla­dert ze in een boek­je over zwan­ger­schap dat ze gekre­gen heeft. Ik ben van ‘nabije’ per­soon opnieuw gede­gra­deerd naar iemand die nog net de toe­la­ting krijgt om ook in die­zelf­de wacht­zaal te zit­ten, maar moet het niet wagen iets te vra­gen. Ik obser­veer haar en vraag me af wie ze is en waar­om ze zo moei­lijk bereik­baar is. Mijn gedach­ten wor­den onder­bro­ken door een enthou­si­as­te gil van haar. “Mar­ga­ret, kijk…”. Ze laat me een foto zien van een onge­bo­ren baby van 6 maan­den. Ze aait de foto als­of het haar kind is en straalt. “Mon bébé… 6 mois!” Ik kijk samen met haar naar de foto. We zien voetjes en hand­jes, een neus­je, oor­tjes. Ze kijkt mij stra­lend aan. Ze legt mijn hand op haar buik en zegt: “6 mois. Mon bébé.”

Ik ben stil van dit moment van con­nec­tie. Heel even laat ze zich­zelf zien. Het beeld is op mijn net­vlies gaan staan. In de weken die vol­gen wordt de con­nec­tie niet beter tus­sen haar en ons. Ze is erg getrau­ma­ti­seerd door zaken die gebeurd zijn in de pros­ti­tu­tie. Erover pra­ten wil ze niet. Ze is met onze hulp terug­ge­gaan naar haar fami­lie in Roe­me­nië. Bij haar afscheid zie ik even weer de stra­len­de blik in haar ogen. “Ik zal je een foto stu­ren van de baby, Mar­ga­ret!” Even weer de con­nec­tie. En weer weg. Ze stapt naar bui­ten waar de taxi wacht. Ik ben nu een per­soon op afstand. Toch was ik in die kor­te peri­o­de een paar keer een nabij per­soon voor haar. Iemand die ze heel even­tjes ver­trouw­de. Op momen­ten dat het over haar baby ging. Het won­der­lij­ke, mooie, bro­ze nieu­we leven­tje met hand­jes, voetjes, een gezicht­je, een karak­ter­tje, waar ze naar uit­kijkt om te koes­te­ren, lief te heb­ben en nabij te laten zijn. Ik kijk uit naar de foto die ze me beloofd heeft.

Margreet

Een van mijn passies is via schrijven verhalen te vertellen. Als hulpverlener ben ik betrokken bij Cherut Belgium vzw, een organisatie die zich inzet voor meisjes en vrouwen die slachtoffer zijn van mensenhandel, prostitutie en huiselijk geweld in Antwerpen. Brussel en Gent. Omdat dit een groot deel van mijn dagelijks leven is, haal ik o.a. hier vaak mijn inspiratie voor verhalen. Maar ook toevallige of minder toevallige ontmoetingen met mensen of bijzondere situaties geven inspiratie voor het vertellen van een verhaal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *